top of page

Waar zijn mijn woorden?

  • 15 mei
  • 3 minuten om te lezen

Is dit nu een writer’s block? Dat ik ga zitten, wil schrijven maar dat er niets komt? Het lijkt erop maar zeker weten doe ik het niet. Dus zoek ik een definitie op en lees: Een writer's block is het tijdelijke onvermogen om te schrijven. Je wilt wel, maar vindt geen inspiratie, motivatie of woorden. Het voelt als vastlopen en kan uren, dagen of soms langer duren.


Dat het langer kan duren weet ik inmiddels. Mijn laatste verhaal schreef ik op 18 april, bijna een maand geleden. Als je 90 bent was de titel, met mijn moeder in de hoofdrol. Zij werd op 17 april 90.  Maar sinds die dag stond het leven niet stil terwijl dat met mijn schrijven wel gebeurde.


Er zijn 90-jarigen die zich nog prima kunnen redden. Maar bij mijn moeder lag dat anders. Sinds mijn vader vorig jaar plotseling overleed, had ze het zwaar.  Mijn broers en ik, andere familieleden, buren, vrienden en kennissen waren eigenlijk voortdurend in de weer om haar te ondersteunen, om het leven iets dragelijker te maken. Met vallen en opstaan, uiteraard.


Toen ze in februari onverwacht in het ziekenhuis werd opgenomen, ging het duidelijk slechter. Bij thuiskomst bleek wat we eigenlijk al voelden: dit ging niet meer zonder permanente ondersteuning. We deden een aanvraag voor de Wet langdurige zorg. Uiteindelijk volgde de indicatie voor een woonzorgcentrum.


Hoe zou ik me houden als ik die 90-jarige was? Als er een ochtend kwam waarop ik voor het laatst de deur van mijn huis zou sluiten? Zou ik boos worden, huilen? Of zou berusting het winnen?


Toen de moeder van mijn moeder haar huis verliet, stond ik er nauwelijks bij stil. Ik was een tiener, andere dingen waren belangrijk. Maar dat het pijn deed zag ik wel als ik haar bezocht. Ik zie nog hoe ze huilde als ik wegging. Kus op haar wang. Doeg mien jong, weerkomm’n hè’, fluisterde ze dan.


En ik realiseer me opeens: wat ik toen zag, voel ik nu pas echt.


In de laatste week in haar huis in Eext logeerde ik bij mijn moeder. Niet alleen om haar bij te staan, maar ook om mijn eigen verdriet en onmacht ergens neer te leggen. Want met haar vertrek vertrok ik, in zekere zin, ook uit mijn huis en uit mijn geboortedorp.

We zaten ’s avonds naast elkaar. Zuchtten wat. Keken naar Heel Holland Bakt, maar namen weinig op.


‘Ik weeit het wel. Herinnerings zit niet in steein. Die zit in mien kop. Maor zo veuilt het nou eem niet.’‘Dat is het, mam. Maor wij slaot oons der wel deur. En vergeeit niet: we kunt altied nog bij de pakken neer zitten.’ Een schaterlach, een zucht en daarna stilte.


En toen was het zover. Verdrietig, onder de indruk, keek ik hoe ze haar huis definitief verliet en kort daarna de eerste stap in haar nieuwe kamer zette. ‘Ik heb wel een mooie plek… maor ooh wat is het zwaor.’ Ik zei niets terwijl het gierde in mijn hele lijf.


Vandaag zit ze er precies drie weken. De zorg is dichtbij waardoor er langzamerhand wat rust is gekomen bij haar.  Een rust die, als ik goed kijk, bij mij ook voorzichtig om de hoek gluurt en waardoor ik gelukkig weer wat woorden kan vinden om te schrijven.

 

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en ontvang gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Opmerkingen


bottom of page