Niet voor volwassenen
- 19 jun
- 3 minuten om te lezen
Het is woensdagmiddag half vijf als ik uit het raam kijk. Ik heb zojuist mijn werkzaamheden van de dag beëindigd en zal zo naar beneden gaan om te gaan koken. Maar eerst nog even kijken. Want vanuit mijn werkkamer, helemaal op zolder, heb ik een prachtig uitzicht op het kruispunt voor ons huis, op het groen van de populieren en het blauw van de lucht. Een vrouw loopt met haar hond, een man in een scootmobiel met een rode boerenprotestvlag rijdt op het fietspad en een dubbeldekkerbus van Marion Reizen slaat rechtsaf de Langstraat in. Dat zullen de kinderen en leerkrachten van de Brandaris zijn die bijna weer thuis zijn van hun schoolreisje. Schoolreisjes die ik zelf als meester ook heb meegemaakt. Altijd geweldig leuk, behalve dat ene jaar, ergens in de jaren 90.
Een paar maanden voorafgaand aan die grote dag, bespreken we tijdens een teamvergadering waar we naar toe zullen gaan. Verschillende locaties worden tegen het licht gehouden. Ik heb niet echt een voorkeur totdat collega Marcel oppert dat het jeugdverkeerspark in Assen heel leuk kan zijn. Met een luide ‘ja!’, ondersteun ik zijn idee. Want het jeugdverkeerspark is één van mijn favoriete pretparken. Niks geen achtbanen, Hullie Gullies of waterglijbanen, maar trapauto’s waarmee je een heus verkeersnetwerk kan verkennen onder het wakend oog van een agent, die kijkt of je de verkeersregels wel goed hanteert. Doe je dat niet, dan wordt het nummer van je auto omgeroepen en moet je naar de verkeerstoren waar je dan een verkeerslesje krijgt voordat je weer door mag.
‘Zo dat klinkt wel heel enthousiast Gert, vind je het daar zo leuk?’ En ik vertel Marcel en de anderen hóe leuk! Gelukkig zijn de collega’s snel overtuigd en dus heb ik een fantastisch uitstapje voor de boeg. Hoe dichterbij de datum, hoe meer zin ik krijg. Dat valt mijn leerlingen ook op. ‘Meester’, vraagt een kind, ‘mogen grote mensen eigenlijk wel in zo’n trapautootje?’ ‘Puh’, spreek ik stoer, ‘moet jij eens opletten.’
De nacht voor het reisje ga ik vroeg naar bed. De gesmeerde krentenbollen en kadetjes zijn samen met drie pakjes appelsap ingepakt. Mij kan niks gebeuren. Als dan eindelijk de volgende dag de bus naar Assen vertrekt, ben ik de eerste die Een potje met vet inzet ter opluistering van de feestvreugde.
In Assen vertelt Marcel de spelregels, terwijl ik ongeduldig sta te wachten op zijn teken dat we naar de trapauto’s mogen. ‘Veel plezier allemaal’, en daar ga ik. Wagen 27 lijkt me goed genoeg. De wielen draaien soepel als ik de auto een beetje vooruitduw. En nog voordat er een kind vertrokken is rijd ik al op de weg richting een eerste verkeerslicht. ‘Mooi hè meester.’ ‘Ja, heeeeeel mooi’, schreeuw ik luid terug. Maar daardoor hoor ik niet wat er via de luidsprekers door het park schalt. En dus trap ik lekker door, daarbij anderen soms inhalend.
Maar zoals vaker in het leven wordt zo’n dag, net als je er middenin zit, bruut verstoord. ‘Meester, heb je het niet gehoord?’ ‘Wat?’ ‘Jouw autonummer werd omgeroepen, je moet naar de verkeerstoren.’ Dus rijd ik naar de toren en dichterbij komend zie ik de agent al staan. Hij kijkt me aan en wijst me waar ik moet stoppen. ‘Sorry ik heb het niet gehoord, wat heb ik fout gedaan?’ ’Niks hoor, maar die auto’s zijn niet voor volwassenen en dus moet ik je vragen om te parkeren. Je mag wel als voetganger gewoon op de voetpaden het park in, maar dus niet in zo’n autootje.’
Ik kijk de man aan en voel kortsluiting in mijn hoofd. Wát, mag ik niet verder? ‘Meent u dat?’, vraag ik nog, waarna ik een onverbiddelijke knik te zien krijg. ‘Heb je een boete meester?’ roept een leerling. Manmoedig antwoord ik dat het goed gaat, parkeer de auto en loop richting het terras waar mijn collega’s zitten, die me een beetje grijnzend aankijken. ‘Kopje koffie Gert?’, vraagt Marcel. ‘Wat een kutzooi hier’, is mijn antwoord en ik vertel over het grote onrecht. Als ik uitgeraasd ben staat Marcel op, haalt koffie met een appeltaartje en geeft me een aai over mijn bol. ‘Jammer man’, is zijn antwoord.
Drie weken later zitten we in de teamkamer wat te fantaseren over het schoolreisje van volgend jaar. ‘Laten we maar niet weer naar het verkeerspark gaan, toch Gert?’ Ik hoor en zie de anderen grinniken. ‘Is er wat?’, vraag ik. Onder luid gelach krijg ik te horen dat de agent in Assen ingeseind was om een grap met me uit te halen en me te verbieden in een autootje te zitten. ‘Echt?’, vraag ik en kijk naar Marcel. Die knikt en grijnst: ‘Zal ik een kopje koffie voor je halen?’
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en ontvang gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.


Opmerkingen