Zoeken

Moedertaal

Daar sta ik dan. Op heilige grond zou ik haast zeggen. In de grote zaal van café Hofsteenge in het Drentse Grolloo. Daar waar Harry Muskee met zijn Blizzards legendarische optredens gaf, sta ik nu. Ik vind het spannend en voel me klein in het licht van de historie van deze omgeving. Ik ben uitgenodigd om een verhaal te vertellen tijdens een boekpresentatie van de Koninklijke uitgeverij Van Gorcum. Als ik wil beginnen met mijn verhaal merk ik dat de microfoon het niet doet. Terwijl de technische man daarna zijn best doet, heb ik even de tijd om rustig adem te halen, de zaal in te kijken en om nog even een knikje te geven aan de man om wie het deze zaterdagmiddag 6 november eigenlijk allemaal draait; zanger, schrijver en kunstenaar Egbert Meijers.


Het was tijdens mijn studie aan pabo De Eekhorst te Assen dat we tijdens een cultureel maatschappelijke themaweek in het najaar van 1987 als studenten in de aula zaten. Opgesteld als hooggeëerd publiek stond voor ons een lege stoel met daarvoor een microfoon. Toen we allemaal zaten, stapte een man naar voren met om zijn schouders een gitaar. Op een affiche had ik weliswaar zijn naam gelezen, Egbert Meijers, maar geen idee wie deze man was. Zo op het eerste oog zag hij er wat zwaarmoedig uit. Niet echt eentje van helaholahoempapa. Daar zat ik overigens niet op te wachten, maar op somberheid evenmin. De man pingelde wat, trok de snaren nog wat strakker en zette toen in. Vanaf die eerste klank, het eerste gezongen woord, was ik verkocht. Deze man zong in het Drents, mijn moedertaal. Daarbij ging het in dat eerste lied niet over het olde Drenthe of over valse romantiek dat het vroeger altijd mooier was. Nee hij zong daar een persoonlijk lied over een worsteling met de liefde. Kwetsbaar en ontroerend.


Ik leerde die dag twee dingen van deze man. Het mooie Drentse woord tweiduuster en dat de Drentse taal zich heel goed leent voor persoonlijke verhalen die gaan over je eigen zoektocht. Een taal waarin je je kan en mag uiten. Na afloop fietste ik via Balloo, Rolde, Anderen naar mijn huis in Eext. Ik voelde me bevrijd. Spreken, zingen, schrijven in het Drents is niet ouderwets of raar of stom of dom. Nee….het kan!


Tijdens mijn kinderjaren ben ik door mijn ouders Drentstalig opgevoed. Niet een bewuste keuze, maar gewoon omdat dat het beste bij hen paste. Zo werd het Drents mijn taal waarin ik kon praten, denken en dromen. In mijn kleine wereld in Eext schaamde ik me er ook niet voor. Het was wie ik was en daarmee is voldoende gezegd. In mijn puberjaren kwam het echter lastiger te liggen. Ik ging toen in Assen naar de havo en later naar de pabo en begon te twijfelen of ik wel Drents zou spreken. Zou het niet dom overkomen, zouden ze niet denken dat ik niet anders kon? Er kwam zelfs een tijd dat ik me er voor schaamde, bang om afgewezen te worden in die roerige puberjaren. Totdat dus, op die ene dag in 1987, ene Egbert Meijers mij liet zien dat het Drents, mijn eigen moedertaal, net als andere dialecten en talen, gewoon bestaansrecht heeft om in te spreken, te schrijven en te zingen.


Vanaf dat moment ben ik hem blijven volgen en ik weet nog goed hoe verheugd ik was toen ik hoorde dat Egbert mee zou doen aan de ‘Smullend Luisteren’ optredens in brasserie De Berken te Gasselte waar ik, samen met de burgemeester van Aa en Hunze, Eric van Oosterhout en de directeur van het Huus van Taol, Jan Germs al een aantal jaren aan meedeed. Hoe bijzonder was het dat ik mocht optreden met de man die bij mij de taaldeur opende naar zelfbewustzijn en eigen waarde. Ik vond het fantastisch. Het beviel Egbert blijkbaar ook en dat gaf me het lef om hem te vragen om samen met mij een voorstelling te geven op het Wijlandfestival te Dronten in 2019. Egbert zegde toe en we maakten een voorstelling waarin hij een aantal mooie liedjes zong en ik verhalen vertelde. Het ging fantastisch en op dat moment was voor mij de cirkel rond.


Ik kon echter nog niet bevroeden wat er nog zou komen. Want toen ik begin januari van dit jaar een mail van Egbert kreeg met de vraag of ik mee wilde werken aan een boek over zijn liedjes voelde ik mij enorm vereerd. Een boek waarin 50 personen hun eigen verhaal mochten schrijven over één van de liedjes die Egbert ooit schreef en wat dit met ze had gedaan. Een boek met als titel ‘Tussen Grolloo en Austin, 50 jaar liedjes met hart en ziel’. Voor mij was het vervolgens niet moeilijk om iets te schrijven, want ik schreef natuurlijk over dat ene moment tijdens mijn studie aan de pabo in Assen.


En nu sta ik dus hier, in die beroemde zaal om mijn verhaal voor te lezen op speciaal verzoek van Egbert, die aan vijf mensen heeft gevraagd hun verhaal met hem en het publiek te delen. Ik kijk nog een keer de zaal in en als ik dan uiteindelijk een andere microfoon in mijn handen krijg, lees ik mijn verhaal voor. Ik geniet er volop van want ik besef me maar al te goed waar ik sta en voor wie ik dit, in het Drents, doe. Voor de man die me liet zien dat mijn moedertaal er toe doet.




Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens wekelijks gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven