top of page

Löslaoten

  • 6 jun
  • 3 minuten om te lezen

‘Wat is der in de tied veul veraanderd, soms begriep ik het allemaol niet meer.’ ‘Ja, dat is zo mam, maor volgens mij is dat van alle tieden, of niet?’ We lopen buiten om De Wenning. Dat is een rondje van zo’n 400 meter om het woonzorgcentrum in Rolde, waar mijn moeder sinds half april woont. ‘Zoas nou bijveurbeeld. Wij loopt nou een rondje Wenning, maor eerder leuipen wij een rondje Venakkers, toen jij nog in Eext woonde.’


Ik zie in mijn rechterooghoek dat mijn moeder knikt. Mijn andere oog is op het wandelpad gericht, ik moet niet hebben dat ze valt. ‘Hol mij in de gaoten hor, ik moet niet vallen want dat is dan mien eind.’


Als we een bankje naderen houden we even stil. ‘Wat doe we, deurlopen of even zitten?’ ‘Nou zeg jij het maor’, zeg ik, ‘ik heb alle tied.’ Ik vermoed dat ze wel even wil zitten maar dat heb ik mis. ‘Laot we maor deurgaon.’ En dus lopen we verder om na een meter of twintig meter weer even te stoppen.


Want zo gaat het, elke twintig meter staan we even stil zodat mijn moeder op adem kan komen. Hartfalen speelt haar parten maar dat weerhoudt haar er gelukkig niet van om toch een wandelingetje te maken als ik dat voorstel. Onder het motto: ‘ik moet die stooul oet’ lopen we zo bijna altijd een rondje als ik er ben.


We staan dus weer even stil en kijken naar een bronzen beeld, gemaakt door beeldhouwer Bert Kiewiet. ‘Mooi hè’, zegt mijn moeder. ‘De boertjes van de Roldermarkt. De tweede dinsdag in september, dan is het. Wust doe dat wel? En de Zuudlaordermarkt is de derde dinsdag van oktober.’ ‘En gung jij daor ok hen mam?’ ‘Jazeker, wij gungen hen dansen. Dat mug eigenlijk niet, maor stiekem gung ik toch naor Rolde. Niet naor Zuudlaoren want dat was te wied weg. Dan kwam ik misschien te laot toes en dan kwamen ze der achter.’


Ik zie het voor me. Mijn moeder als jonge meid stiekem van de boerderij af op de fiets naar Rolde om daar met haar vriendinnen te dansen in café Hofsteenge. En dan, bij het krieken van de dag was ze weer thuis en kroop snel in haar bed. Net op tijd, want haar vader stond vroeg op om de dieren te verzorgen.


‘Mam denk jij dat oma der van wus?’ ‘Oh ja zeker, maor oma wus ok dat je lös moet laoten. Je moet je kinder de ruumte geven en op tied löslaoten. Ok al is dat soms heul moeilijk.’


Zo staan we nog even bij het beeld te kijken en lopen dan weer verder. En terwijl we lopen herhalen de laatste woorden van mijn moeder zich in mijn hoofd. Je moet loslaten ook al is dat soms heel moeilijk. Ik denk aan mijn twee zoons, beiden in de twintig. Dat het inderdaad soms moeilijk is om los te laten. Ik denk aan mijn overleden vader en hoe moeilijk het soms is om hem los te laten. En ik kijk naar mijn moeder en voel hetzelfde.


Maar lang heb ik niet om erover na te denken want mijn moeder staat alweer stil. ‘Mien rollator trekt, daor mot even naor keken worden.’ ‘Nee mam, dat komt van de stoep, die is hier wat scheef.’ ‘Wo’j mij dan wel even vasthollen?’ We kijken elkaar even aan. ‘Nou mam, dat was ik niet van plan, want een wieze vrouw zee ooit es dat je lös moet laoten, ook als dat soms moeilijk is.’


Mijn moeder lacht. ‘Waor he’j dat van? Van je pap?’ ‘Ja dat deenk ik wel mam’, waarna we beiden hard moeten lachen.


Dan pak ik haar toch maar vast en gaan we samen richting de ingang. ‘Ik laot je nog niet lös mam, want dat kan altied nog.’ ‘Mooi zo mien jong’, waarna de schuifdeur van haar wooncentrum opengaat en we naar binnen kunnen.

 

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en ontvang gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Opmerkingen


bottom of page