Zoeken

Leve het nijlpaard, wat een schitterend dier!

‘Nee, hij is er niet, hij is ziek.’ Ik kijk nog eens de klas rond en zie inderdaad dat Joost niet aanwezig is. Dat is jammer want nu kan ik mijn beloofde zelfgebakken appeltaart niet aan hem kwijt. ‘Heeft u echt een taart voor hem gebakken dan?’, vraagt een van de aanwezige klasgenoten van Joost. ‘Jazeker, kijk maar.’ Ik loop naar mijn tas en haal de goed ingepakte appeltaart eruit. Als ik de omgeslagen theedoek en het aluminiumfolie verwijder en vervolgens de taart aan de studenten van klas 2C en 2D laat zien, wordt er gelachen, gegrinnikt en verbaasd gekeken. ‘Hij heeft het echt gedaan’, hoor ik iemand zeggen, waarna ik de taart weer inpak. Om daarna te horen hoe enkele anderen zich spontaan melden om die taart dan maar met de wel aanwezigen te nuttigen. ‘Ben je gek?’, antwoord ik, ‘die taart is niet voor losers, die taart is voor een winner’, waarna ik al grijnzend de klas inkijk en lachende studenten voor me zie.


Het is volop genieten. De start na de zomervakantie is heftig, intensief en veeleisend maar geeft veel voldoening. Na ruim anderhalf jaar weer lesgeven, in een lokaal met enthousiaste studenten voor me, ik geniet ervan. Dat het druk en intensief is, laat zich vooral zien aan de veelheid van de verschillende colleges die ik geef aan studenten uit leerjaar 1, 2 en 3. Het gaat dan van kunstgeschiedenis, natuuronderwijs vakinhoud en vakdidactiek, studieloopbaangesprekken, intervisie en voorlichtingen internationalisering naar colleges over radicalisering aan een internationale klas studenten en excursies naar Naturalis in Leiden en het natuur- en milieucentrum de Ulebelt in Deventer. En daarnaast natuurlijk de gebruikelijke werkgroepvergaderingen, overleggen en samenkomsten over curriculumverbetering. Nee, never a dull moment in het leven van een pabodocent. Ik geniet er volop van en prijs mezelf gelukkig dat ik weer gezond ben en daardoor alles weer aan kan.


Het is een paar week terug dat ik mijn tweedejaarsstudenten uitdaag. In voorgaande colleges ben ik met ze aan de slag en laat ze onder andere onderzoek doen naar bloemen, botten en slakken. Het gaat me erom dat ze ervaren hoe je onderzoekslessen opzet waarin het werken met echt materiaal uitgangspunt is. Dus in de les echte bloemen, botten en slakken en geen teksten of plaatjes over deze zaken. En dit weer met als doel om studenten gedurende de opleiding een veelheid aan didactieken te bieden waaruit ze kunnen kiezen in hun stages of later in hun werk als meester of juf. Daarbij hoop ik dat ze groot durven te denken en lessen gaan geven waardoor hun leerlingen verrast en verbaasd raken. Waarbij vervolgens de studenten die verbazing en verwondering van de kinderen zien en daardoor ervaren dat de rol die zij als leerkracht aannemen echt een verschil kan maken. Dat ze er als leerkracht toe doen en voor onvergetelijke momenten kunnen zorgen.


De uitdaging zit hem in een nijlpaard. Of beter gezegd in de schedel van een nijlpaard. Hoe wij als pabo hieraan komen is me niet bekend. Als oudste lerarenopleiding van Nederland zal een voorganger van mij hiervoor gezorgd hebben, waarbij ik er vervolgens graag gebruik van maak. De schedel weegt zo’n 35 kilo, het formaat zorgt ervoor dat het lastig te tillen is en je moet er dus heel wat voor over hebben om dit ding mee te nemen naar je stage. En dat is nu precies waarom ik de studenten uitdaag. Met een ‘wie mij het eerst een selfie mailt met daarop het nijlpaard, je klas en jezelf, krijgt van mij een heerlijk zelfgebakken appeltaart’ kijken de studenten me verbaasd aan. ‘Echt?’, vraagt iemand. Ik knik en dik de zaak nog wat extra aan door te vermelden dat het niet zomaar een taart is, maar eentje waarvan mijn moeder altijd zegt die ie heeeeerlijk is. Sommige lachen, anderen kijken opeens wat serieuzer. Het moeder-argument telt voor hen zwaar.


Daarna duurt het meestal zo’n dag of zeven voordat de eerste toehapt. Dit jaar is dat dus Joost! Hij stuurt me prachtige foto’s van een les over het gebit waarbij hij zijn groep 4 verrast met het nijlpaardschedel. Een schedel die vervolgens een week op zijn school blijft want ‘andere groepen van zijn school wilden het ook graag zien’, aldus Joost.

Op deze vrijdagmorgen zie ik dus dat Joost niet aanwezig is. Ik vraag aan zijn klasgenoten of zij weten waar Joost woont. Al snel krijg ik het adres en vertel dat ik de taart dan maar moet brengen, hij woont namelijk in Deventer op ongeveer vijf minuten fietsen van mijn hogeschool. Als een paar studenten Joost bellen om te zeggen dat ik eraan kom, wordt dat door hem niet geloofd. Ik krijg de telefoon in mijn hand geduwd en hoor een verbaasde stem die vraagt of ik echt langskom. ‘Jazeker kerel, je hebt het verdiend.’


Even later sta ik op de stoep voor zijn huis en bel aan. Joost doet open. Ik zie aan zijn gezicht dat hij ziekig is. ‘Dag Joost, hoe gaat het?’ ‘Ja het gaat redelijk’, antwoordt hij waarna hij mijn handen volgt die de appeltaart uit de verpakking halen. ‘Alsjeblieft kerel, deze is voor jou. Eet maar lekker op en word maar snel beter.’ Joost bekijkt me met een mengeling van blijdschap en verbazing en neemt de taart dankbaar aan. ‘Nou dank je wel Gert, echt heel leuk.’


Als ik even later weer op de fiets zit en terug rijd naar mijn opleiding prijs ik me gelukkig met mijn werk en met de herinnering aan die gave glimlach van een zieke Joost die hopelijk door de polderappels in de taart weer snel beter zal worden.






Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens wekelijks gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven