top of page

Lekkere knieperties

Mijn telefoon piept. Het is een berichtje van buurman Roelf. Zaterdag is het ideaal weer om de bloemenstrook te spitten. De oude aangevreten bladeren van de boerenkool pakken we ook even aan. We beginnen om 10.00 uur. De dag erna open ik rond tienen de schuttingdeur en zie dat Roelf al aanwezig is. ‘Ha die Gert, goedemorgen.’


Toen ruim twee jaar geleden tijdens een buurtbarbecue het idee opkwam om een buurtmoestuin te beginnen, viel het feest een beetje stil. Wat? Een buurtmoestuin? Maar de stilte duurde niet lang. Met een enthousiaste brainstorm over groene moestuinvooruitzichten was de buurt snel om. Inmiddels zijn we dus twee oogstjaren verder en kent de tuin geweldige opbrengsten maar is de fijnste oogst misschien wel een buurt waarbij we elkaar vaker zien, spreken en elkaar beter hebben leren kennen.


Hoewel ik best zin heb om vandaag mee te helpen vertel ik Roelf dat ik er deze zaterdag opnieuw niet bij ben. ‘Nee jong? Ga je weer naar Eext?’ Veel werkochtenden gingen al aan mijn neus voorbij. De prioriteiten zijn na het overlijden van mijn vader duidelijk anders komen te liggen en zo dus ook deze zaterdag. ‘Klopt, ik ga weer naar mijn moeder. En weet je wat we gaan doen? Knieperties bakken!’ Roelfs ogen beginnen te stralen. ‘Oh wat leuk!’ Ik hoef hem verder niets uit te leggen. Als geboren Drent weet hij dat knieperties bakken er aan het eind van het jaar bij hoort. ‘Ik heb gisteren het beslag al gemaakt. Mijn vader bakte elk jaar knieperties maar nu hij er niet meer is ga ik ze samen met mam bakken.’


Twee uur later ben ik in Eext. Mijn moeder en ik hebben er zin in. Met klassieke muziek zachtjes op de achtergrond begint het bakken. En natuurlijk, als het eerste kniepertie gebakken en afgekoeld is, pakt mijn moeder haar kans. Haar oordeel laat niet lang op zich wachten. ‘Net als die van pap, heerlijk’, waarna ze nog een tweede neemt. ‘Als pap ze bakte mocht ik ook altijd de eerste proeven’, vertelt ze. ‘En de tweede ook?’, vraag ik. ‘Nou, die pakte ik gewoon’, lacht mijn moeder.


Zo zitten we ruim twee uur één kilo kniepertiesdeeg te verbakken. En ondertussen praten we over mijn vader, over het gemis, eten nog een koekje, zwaaien naar een voorbijfietsende postbode, staren we wat voor ons uit en zien dat de kamer langzamerhand blauw van de bakdampen staat. ‘Zal ik ze misschien toch maar in de keuken bakken mam?’ ‘Nee hoor, dat hoeft niet, zo kan ik er morgen ook nog van genieten.’


Morgen is het 14 december. Dat is hun trouwdag, 63 jaar zou het geweest zijn. ‘Toen we trouwden was het dooi die dag. Iedereen was erbij in de kerk. Opa had daarvoor gezorgd. Het was een mooie dag.’ Even zijn we stil. Dan vraag ik of ze ook een beetje opziet tegen morgen. ‘Nee hoor. We hebben het heel goed gehad. En zo lang, we waren 68 jaar samen. Dat helpt. En soms, soms lijkt het net of het allemaal ietsje gemakkelijker wordt.’


Rond half vijf verlaat ik Eext en rijd richting Groningen om de wedstrijd van de FC tegen Volendam te bekijken. Tijdens het rijden denk ik aan mijn vader. Hoe mooi hij het gevonden zou hebben dat we de kniepertiestraditie voort blijven zetten en hoe mooi hij het ook zou vinden dat mam en ik zo fijn zaten te praten terwijl we bakten. En ik dacht aan de uitleg die ik ooit eens las over een Drents kniepertie. Dat het staat voor het afgelopen jaar. Het jaar is uitgerold, het nieuwe komt eraan. Waar dan de Drentse rolletjes weer bijhoren, omdat het nieuwe jaar zich nog moet uitrollen.


Maar die rolletjes bakken we vandaag niet, om zo nog even niet naar het nieuwe te hoeven kijken, maar wel stil te staan bij wat gebeurd is. Want dat was dit jaar best veel.

 

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Opmerkingen


bottom of page