top of page

Kutwijf en teringlijers

Bijgewerkt op: 31 aug 2025

‘Je hoort je netjes te gedragen en dat heb ik niet gedaan. Ik was gewoon een sukkel’, was getekend VVD-Kamerlid Eric van der Burg. Geen speld tussen te krijgen. Je hoort je inderdaad netjes te gedragen en dat Van der Burg dat met zijn uitspraken niet gedaan heeft, is klip en klaar.


De emoties liepen hoog op tijdens het debat in de Tweede Kamer over mogelijke sancties tegen Israël. Minister Veldkamp voelde te weinig ruimte en stapte op, diverse Kamerleden stelden kritische vragen en het zwartepieten kon beginnen.  En in het heetst van die strijd spuwde Van der Burg zijn vuile woorden. Verbijstering alom en pas dagen natijd, toen nieuwssite NU.nl erover schreef, biechtte Van der Burg zijn zonde op. Hij verklaarde op zoek te gaan naar verbinding en stuurde uitnodigingen aan de gepeste Kamerleden Van Vroonhoven en Ouwehand. Die gesprekken zullen de komende week volgen en daarna moet de kou uit de lucht zijn.


Het is allang geen uitzondering meer. Grof taalgebruik lijkt de normaalste zaak te zijn geworden zodra de emoties oplopen. Straattaal heeft de Tweede Kamer bereikt. Woorden als heks, huichelaar, leugenaar, gek en idioot zijn er geen uitzondering. En worden mensen erop aangesproken dan komt het recht-op-vrije-meningsuiting-mantra stante pede uit de hoge hoed en is de discussie in de kiem gesmoord. We staan erbij en kijken er naar en horen Kamerleden zeggen ‘dat we nu eindelijk eens normaal moeten doen’ maar zien vervolgens maar bar weinig verandering.


Maar goed, wie zonder zonde is werpe de eerste steen. Een steen die ik niet zal gooien overigens, want ook ik gedroeg me ooit als een sukkel.


Het was tijdens de voetbalwedstrijd Nunspeet 7-asvDronten 9, jaren geleden. We stonden met 0-2 voor en ons tweede doelpunt, komend van mijn briljante linkervoet, was oogstrelend. Tenminste dat vond ik. Want nadat het spel hervat was kwam mijn directe tegenstander naar me toe en schopte me tegen mijn kuit. De bal was 60 meter verderop, de scheidsrechter zag niets. ‘Huh, wat deed jij nou?’, vroeg ik in al mijn onschuld. De Nunspeter murmelde wat in zijn lokale dialect en liep grijnzend verder.


Kort daarna gebeurde het opnieuw. Van boosheid schreeuwde ik dat hij normaal moest doen. De scheidsrechter hoorde mijn uithaal, liep naar me toe en vroeg me of het wat rustiger kon. Met stomheid geslagen keek ik hem aan en zag in mijn ooghoek andermaal de grijnzende Nunspeter.


Toen een kleine tien minuten later de man mij opnieuw zomaar een trap gaf, was de maat vol. Ik draaide me om en zwaaide mijn linkerbeen met volle kracht richting de mans nog niets vermoedende billetjes. Een ouderwetse schop onder de kont en een welgemeend ‘grote klootzak’  was mijn antwoord. De man stortte ter aarde en rolde een keer of vier om zijn as over de grasmat. Maar terwijl ik grijnsde zag ik in mijn ooghoeken de rode kaart tevoorschijn komen. Ik verliet het veld, had de douche voor mezelf en overdacht mijn domme actie.


Een kwartier na de wedstrijd zat ik aan de bar en zag de scheidsrechter naar me toe komen. ‘Die rode kaart hè, daar doe ik niks mee hoor, want ik vermoed dat je boosheid niet zomaar uit de lucht kwam vallen?’ ‘Klopt’, zei ik, waarna de scheidsrechter mij een biertje toeschoof. ‘Proost he.’

 

Wil je meer van me lezen? Kijk dan eens op https://www.gertspeelt.com/. Je kunt daar ook mijn boeken bestellen met daarin vele korte verhalen.

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page