Zoeken

‘Kijken doen we hier niet hoor!’

‘Pap, als je op voetbal zit hè, dan krijg je wel eens een trap tegen je been toch?’ Even ben ik stil. Ik twijfel wat te antwoorden. Want ik weet dat het eerlijke antwoord onvermijdelijk gaat leiden tot een definitief nee als het gaat om een voetballidmaatschap van mijn zoontje Erik. ‘Toch pap?’, vraagt het kereltje waarvan ik zijn handjes op mijn rug voel aaien. We fietsen naar huis, hij achterop in zijn kinderzitje, nadat we zojuist het burgemeester Dekker sportpark van asvDronten achter ons hebben gelaten. Want daar op dat sportpark zijn we zojuist op kleiveld zes getuige geweest van een wedstrijd van één van de lagere seniorenteams.


Erik is op dat moment vijf jaar en het is ergens in het jaar 2006 dat hij tegen het eind loopt van zijn zwemlessen. Zijn eerste diploma in zijn leven zit eraan te komen en omdat hij elke zaterdagochtend lest, bezoeken we daarna een sportclub om eens te kijken naar de sport die er beoefend wordt. Want onder het mom van ‘eerst je diploma, dan naar een sportclub’, is Erik zo langzamerhand toe aan een rondje langs de velden om uiteindelijk zijn keuze te bepalen. Een keuze overigens waarvan ik in principe vind dat hij dat zelf mag bepalen, maar het wel heel fijn zou vinden als hij voor voetbal kiest. Want voetbal en de familie Talens dat zijn twee handen op één buik.


De week ervoor zijn we te vinden in de sporthal waar we getuige zijn van judogevechten. Maar als Erik na tien minuten kijken inmiddels al zes huilende kindjes heeft gezien die óf pijn hebben óf verdrietig zijn vanwege het verlies, is voor hem de zaak bekeken. Met de woorden ‘pap, ik ga niet op judo’, staat hij op en loopt naar de uitgang.

En zo gingen we andermaal zonder positief resultaat naar huis, nadat we eerder al eens gekeken hadden bij korfbal, tennis, zwemmen en atletiek. Bewust bekeken we eerst deze sporten en niet het voetbal om elke vorm van schijn tegen te gaan als ware ik alleen geïnteresseerd in een eventuele voetbalkeuze. Maar goed, nu al deze sporten afvielen, besloot ik dus om met Erik naar het voetbalveld te gaan.


Aanvankelijk gaat dat kijken best goed. We zien een paar jeugdwedstrijden en Erik herkent wat kinderen van zijn school. Hij zwaait zelfs een keer en ik realiseer me dat het kat in het bakkie is. Slechts een kwestie van seconden waarna hij zal verklaren om op voetbal te willen. Ik voel me blij, opgelucht en tevreden, missie geslaagd! Euforisch kijk ik naar hem om te zien of hij het nu al gaat zeggen. Erik kijkt naar mij, glimlacht, maar zegt niks. Ik meen in de glimlach zijn goedkeuring waar te nemen en voel me overmoedig worden. ‘Kom kerel, we gaan nog even bij de grote mannen kijken achter op het veld want daar spelen een paar vrienden van papa.’ Erik vindt het goed en daar gaan we richting het verre kleiveld zes. Daar aangekomen zien we dat Dronten in de aanval is en een schot net overgaat. ‘Oei’, roep ik vol vuur, ‘spannend hè Erik?’ Erik knikt braaf. En dan, vlak voor onze ogen, een nieuwe aanval en een grove overtreding op een van de Dronter aanvallers. ‘Hé joh, gore klootzak’, schreeuwt een Dronter teamgenoot waarna op ca. tien meter afstand van Eriks tere kinderoogjes een heuse vechtpartij uitbreekt. De situatie is te zot voor woorden waarna ik mijn blik op Erik richt en opeens een heel klein mannetje met een bleek weggetrokken smoeltje zie. Mijn droom spat voor mijn neus uiteen. In een laatste ultieme poging om de zaak nog te redden sta ik op, pak zijn handje en zeg: ‘Kom lieverd, we gaan nog even naar de kantine, een lekkere Fristi drinken.’ Maar als ik even later naar het drinkende kleine kereltje kijk, zie ik aan zijn ogen dat het nog steeds mis is. Als we een poosje later op de fiets zitten komt die ene vraag: ‘Pap, als je op voetbal zit hè, dan krijg je wel eens een trap tegen je been toch?’


‘Ja lieverd, soms krijg je wel eens een trap en soms worden mensen ook boos, zoals we zonet zagen op het veld. Maar hé, die Fristi was lekker he?’ Een minuut of drie is het achter me stil. Dan opeens een verbreking van die akelige stilte. ‘Pap, ik ga niet op voetbal.’ En hoewel het antwoord mij wat droevig stemt, begrijp ik hem wel en ben ik enorm trots op hem. Trots op het feit dat hij een keuze maakt waarvan hij natuurlijk allang aanvoelt dat het wellicht tegen papa’s wens in gaat. Hoe sterk en dapper moet je zijn om daar tegenin te gaan. We fietsen verder en ik zeg tegen hem dat ik het helemaal begrijp en vraag hem of we de volgende week naar hockey gaan kijken.


Een week later staan we beiden te kijken naar een training van de instappertjes, de beginners bij hockey. Kinderen van Eriks leeftijd die onder zeer enthousiaste begeleiding van trainster Marjan Slot vrolijk aan het sporten zijn. Even kijkt Marjan op en ziet me staan. ‘He Gert, jij hier?’ Marjan kent me goed omdat ik haar oudste dochter in mijn klas heb gehad. Ik knik en zeg dat we kijken naar het hockey. Daarbij wijs ik naar Erik en zeg erbij dat dit mijn zoon Erik is. ‘Nou Erik, das dan wel pech kerel, want kijken dat doen we hier niet! Pak maar een stick en doe maar lekker mee.’ Erik kijkt even naar mij en nadat ik hem toeknik loopt hij het veld op, pakt een stick en doet vervolgens vol enthousiasme mee. Voor mij is het dan al heel snel duidelijk dat zijn keus is gemaakt, het wordt hockey.


Vandaag is het ruim 15 jaar verder en is het 13 november 2021. Ik ben zojuist thuisgekomen van het hockeyveld. Niet om naar zoon Erik te kijken, want hij studeert inmiddels in Groningen, heeft het hockey verlaten en roeit daar fanatiek. Nee, ik was op het hockeyveld om mijn team, de jongens A1 te coachen. Het team waarin mijn jongste zoon Jesse speelt. Vandaag hebben we met 6-3 gewonnen van de medekoploper, waardoor we nu bovenaan prijken. Terwijl ik op de bank plof denk ik nog even terug aan het moment van deze middag waarin ik tijdens de wedstrijd als het ware in een helikopter zit en naar beneden kijk naar het team en hun coach. Ik zie hem staan, die coach Gert. Ik zie hoe hij geniet en trots is op zijn team en op zijn zoon Jesse. Ik zie dat hij tevreden is en dat hij die kleine Erik en trainster Marjan dankbaar is voor die ene zaterdagmorgen in het jaar 2006.







Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens wekelijks gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven

Moedertaal