Zoeken

Ik ben jij!

Hoeveel procent Neanderthalergenen zou ik in me hebben? Die vraag komt bij me op terwijl ik zit te kijken naar de tweede aflevering van de fantastische NTR serie Govert naar de oorsprong van de mens. In deze zesdelige serie die vorige week is gestart, onderzoekt wetenschapsjournalist Govert Schilling de evolutie van de mensachtigen. Een speurtocht met vele internationale wetenschappers op diverse fantastische onderzoeksites. Ik kijk naar opgravingslocaties in Zuid Afrika, Georgië, Spanje, Frankrijk en ga maar door. Ook onze voorouders waren, net als wij Sapiens, best reislustig.


Hoeveel procent Neanderthalergenen dus, dat is de vraag. Ik zou het wel eens willen weten. Met grote verbazing kijk ik naar een Duitse onderzoeker die aan Schilling uitlegt hoe het zit. Mijn hoofd slaat op hol. Het dolt en tolt voor mijn ogen. Ik vind het onwaarschijnlijk interessant dat vanuit ons DNA opgemaakt kan worden dat we Neanderthalergenen hebben. Want dat betekent dat in een ver verleden twee soorten mensachtigen elkaar tegenkwamen. Dat ze wellicht met elkaar samenwerkten en samenleefden? Dat ze verliefd op elkaar werden? Dat daar nakomelingen van zijn en dat daarvan nu nog steeds sporen te vinden zijn in mijn en jouw lichaam.


Het roept de vaag op wie ik ben. Of meer nog; wie ik denk te zijn. Geboren en getogen in Drenthe, na een korte tussenstop in Twente inmiddels ruim 30 jaar wonend in de klei van Flevoland. Maar dus met Drentse ouders en Drentse grootouders en ja dus ben ik een Drent. Dat kan toch niet anders? En daar ben ik dan ook hartstikke trots op. Want anders dan bij anderen zijn Drenten nuchter, rustig en normaal. Ze houden niet van opsmuk en denken vaak conflict vermijdend. ‘Jao dat kun zomaor eeins zo wezen’, of ‘jao daor ku’j wel eeins geliek in hebben’, zijn Drentse zinnen die ik vaak hoorde. Een Drent zal je niet snel voor de kop stoten, zal ook niet snel het achterste van zijn tong laten zien. Immers, je weet maar nooit, je hebt elkaar wellicht in de toekomst nog nodig. Het zijn gedachten en opinies waar ik ooit eens over las tijdens mijn studietijd. De geografische ligging van het arme Drenthe in vroeger tijden, de geïsoleerde gebieden tussen veen en ven, de ruige zandgronden waarop maar weinig groeide. Het zorgde voor geïsoleerde woongemeenschappen waarbij elkaar dwars zitten niet echt handig was omdat dat dat mogelijk zorgde voor moeilijker leefomstandigheden. Dus ‘het kun zomaor eeins zo wezen’ als overlevingsstrategie, later verworden tot de kleur van de Drentse aard en taal. Ik weet niet echt goed waarom, maar ik vereenzelvig mij er soms mee en kan er soms zelfs blij mee zijn.


Maar nu ik kijk naar Schillings programma en ik met de neus op de feiten wordt gedrukt, ga ik toch twijfelen. Want wie ben ik nu eigenlijk? En als ik denk te weten wie ik ben, kan of mag ik daar dan bepaalde privileges aan ontlenen? Mag ik trots zijn dat ik op het Drentse platteland geboren ben en mijn ouders me het Drents als moedertaal hebben geleerd? Het lijkt me van wel. Als het maar niet oplevert dat ik me vanwege mijn afkomst ergens op voor kan laten staan. Dat het dus bijvoorbeeld niet zo is dat ik de muziek en teksten van Daniel Lohues beter begrijp en aanvoel dan iemand die niet uit Drenthe komt. En dat ik daarom dus zou kunnen denken dat anderen Lohues niet echt begrijpen, terwijl ik dat wel doe. Arme lui, die anderen.


Met deze gedachten kom ik plotseling op gevaarlijk glad ijs. Want kan het zo zijn dat ik in bepaalde gevallen meer recht van spreken heb dan een ander? Persoonlijk denk ik van niet. Iedereen heeft recht van spreken en een ieder zal dat vooral doen vanuit een eigen achtergrond. Als ik zo om me heen kijk denk ik dat de meeste mensen met wie ik in het leven omga er vergelijkbaar in staan. Sterker nog, ik denk nog steeds dat de meeste mensen er zo in staan. Toch, of is het anders?


Opeens denk ik terug aan de beelden uit Harskamp waar een paar honderd mensen vorige week woedend protesteren tegen de komst van Afghaanse vluchtelingen. ‘Ik ben aan het demonstreren tegen dat hier 800 Afghanen komen’, zegt een inwoonster tegen een verslaggeefster van POW. ‘Afghaanse vluchtelingen’, vult de journaliste aan, waarop de Harskampse vrouw zegt: ‘Dat zijn geen vluchtelingen, dat zijn landverraders, NSB-ers zijn dat.’ De vrouw wordt daarbij ondersteund door een man die achter haar staat, wellicht haar eigen man. ‘Wat mott’n die mensen hier toch?, laot ze in hun eigen rotland bliev’n. Die lui die vreet’n en schijt’n en een hele vuile bende is het. Die benn’n niet zindelijk die lui.’ Waarop de vrouw aanvult: ‘Nee het zijn viezeriken. Straks lopen ze met die gewaden over straat en onze cultuur zullen ze nooit aanvaarden, nooit en te never.’ Ik weet van schaamte niet waar ik moet kijken als ik deze mensen hoor.


Terug naar de Neanderthalers. We kunnen dus vaststellen dat we Neanderthalergenen in ons hebben. Het percentage ligt tussen 2 en 4%. Ik vind het opeens een enorm geestverrijkend idee. Neem daarbij ook het feit dat we tevens in ons DNA kunnen nagaan uit welke geografische gebieden onze voorouders kwamen en opeens wordt de wereld groter. Vanuit die gedachte kan het niet zo zijn dat we ons laten voorstaan op de plek van geboorte, de plek van wonen en het recht van ons eigen gelijk. Want als er al een eigen gelijk is, dan is dat een gelijk dat in ons allen schuilt. Ik ben jij en jij bent mij. Wat een heerlijke gedachte.




Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens wekelijks gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven