top of page

Hier kun je mooi even zitten!

  • 12 jul
  • 3 minuten om te lezen

Op het bankje bij de visplas van Eext is het goed toeven. Dat vind ik niet alleen, dat vindt mijn moeder ook. ‘Wij kunt hier mooi even zitten’, zoals ze vanochtend, net als bijna elke andere zondagochtend, zegt. Een half uurtje daarvoor meldt ze het personeel van haar verzorgingshuis dat ze samen met mij even naar het bos gaat om te picknicken. ‘Wat leuk, geniet ervan.’ ‘Ja dat komt wel goed’, mompelt mijn moeder terwijl we naar de auto lopen.


‘Heerlijk’, zegt ze als we op het bankje zitten. En dat klopt, de meegenomen koffie en gevulde koeken zijn heerlijk. Maar ze bedoelt meer dan dat. Haar blik zoekt de overkant. ‘Wat is het hier toch rustig’, zegt ze, precies de woorden van vorige week. Dat de vogels zo mooi zingen, dat dit echte natuur is en dat de lucht zo prachtig spiegelt in het water. En dan komen de verhalen. Van toen ze hier als kind speelde, toen we hier als gezin wandelden, van de nestkastjescontrole met mijn vader. En van hoe ze hier zat te breien, terwijl hij met zijn hengel de ene na de andere deurmat uit het water viste, doelend op wat hij altijd zei als hij wat kleine voorntjes had gevangen.


Waarna we beiden hardop lachen.


Haar herinneringen zijn deels ook van mij. Maar niet alleen en dus vertel ik de mijne. Over de buitendag van de zondagsschool met pannenkoeken, over dat ik die nestkastjes eerst elk jaar controleerde en zij dat overnamen toen ik mijn vleugels uitsloeg. Over het veldlopen tijdens de winterstop die trainer oom Jan regelde om onze voetbalconditie op peil te houden en hoe niks ik dat vond.


Dan hoor ik haar grinniken: ‘Ja je oom Jan, die kon er wat van.’


En verder gaan mijn verhalen van het fietscrossen over de wandelpaden, over mijn gevonden buizerdnesten en hoe gaaf ik het vond om in de boombast van die grote sequoiabomen te drukken die hier in het bos staan.


En we nemen nog een hapje van de koek en een slokje van de koffie en ik volg mijn moeders blik over het water.


We zien en horen twee waterhoentjes die een stukje voor ons het water oversteken. Ze kletsen constant met elkaar. ‘Wat hebt ze het drok?’  En dan opeens gepiep van onder de overhangende takken waarna we twee jonkies richting de oudjes zien zwemmen. ‘Ze holt mekaor gooud in de gaoten.’


En zo zitten we daar nog een klein uurtje en zijn dan weer stil en dan weer niet omdat er nog een herinnering te binnen schiet. Als we daarna weer in de auto zitten en terug rijden via de Kerkweg naar de Torenweg mompelt mijn moeder: ‘Heerlijk.’


Maar dan, als ik bij de Anderenseweg rechts afsla richting Anderen en Rolde, reikt haar hand ineens naar het dashboard. Ze zucht diep. ‘Kiek nou wol ik linksaof naor Eext, gek he?’ Ik kijk haar aan en schud mijn hoofd. ‘Vind ik niet mam, a’j negentig jaor naor links gungen en nou niet meer, dan vind ik dat niet gek. Maor weet je mam, zolang als het kan rie wij naor de visplas hor, want daor ku’j ja mooi even zitten.’

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en ontvang gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.



Opmerkingen


bottom of page