Graaf eerst maar eens een sloot!
- Gert Talens

- 10 jan
- 3 minuten om te lezen
Het is nog vroeg deze ochtend. Met halfgeopende ogen pak ik mijn telefoon. Ik zoek op de NOS-app de laatste nieuwsberichten en lees dat de grote blonde leider aan de andere kant van de oceaan weer iets te zeggen had. ‘We are going to do something on Greenland, whether they like it or not. I would like to make a deal, you know, the easy way, but if we don’t do it the easy way we are going to do it the hard way. And by the way, I’m a big fan of Denmark too.’ Plots ben ik klaarwakker en denk aan een gesprek met een collega, een paar weken geleden.
‘Hoeveel mensen wonen er eigenlijk in Dronten?’, vraagt mijn collega. ‘Zo’n 45.000 in de gemeente en bijna 32.000 in het dorp. In de winter, met de noodopvang voor asielzoekers in Biddinghuizen ietsje meer’, zeg ik. ‘Oh ja, dat hebben jullie hè, wat vind je daar eigenlijk van?’
Even ben ik stil en denk aan de verhalen die ik van mijn Lilian hoor. Verhalen over de kinderen in haar klas van basisschool de Vlieger op het asielzoekerscentrum in Dronten. Verhalen over oorlogsgeweld, verdriet en het lange wachten op het bericht of ze mogen blijven. Maar ook verhalen over hoe graag de kinderen willen leren, dat ze blij zijn met school, dat ze balen als het vakantie is. En verhalen over hoe moeilijk het soms is om met zoveel verschillende culturele achtergronden in één klas te zitten en elkaar te begrijpen. Maar dat dan toch steeds weer die kracht naar boven komt die kinderen hebben, de kracht van samen.
Ik kijk naar mijn collega. ‘Nou ik vind het eigenlijk wel goed. Ik vind dat als mensen vluchten voor geweld en ellende, als ze een betere toekomst willen voor zichzelf en hun kinderen, als ze ergens een nieuw bestaan willen opbouwen, dan zou dat in principe moeten kunnen. En ja ik snap dat er haken en ogen aan zitten, maar het principe vind ik wel oké.’
Als ik na mijn werkdag de polder weer inrijd, kijk ik over het kale land. Verhalen van polderpioniers spoken, zoals zo vaak als ik hier rijd, door mijn hoofd. Wat een werk en wat een omstandigheden destijds om die zware zeegrond te bewerken en er te kunnen wonen en werken. En wat een spirit om er met elkaar iets van te maken. In alle overleveringen klinken steeds dezelfde woorden: dat ze het samen deden, dat ze elkaar hielpen, dat ze lachten en huilden, feestten en werkten. Steeds met dat ene gezamenlijke doel voor ogen: met elkaar gaan we hier iets van maken.
Ik kijk weer naar mijn telefoon en lees nogmaals het bericht over Groenland. Lebensraum, dat is waar de blonde leider naar snakt. Lebensraum voor zijn eigen gewin, ten koste van wie of wat dan ook. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat hij daarmee óók een soort pionier is. Maar laat dat de echte polderpioniers maar niet horen. Zij zouden er wel raad mee weten. Ze zouden de man een schep geven en een stuk zeeklei aanwijzen. ‘Graaf eerst maar eens een sloot, zodat alle viezigheid weg kan spoelen. Dan praten we daarna wellicht over samenleven en samenwonen.’
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en ontvang gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd

Opmerkingen