Een boek voor Jan
‘Je horrornacht is nu bij mij bekend Gert.’ Het appje bezorgt me een glimlach. ‘Jan, dat vind ik oprecht leuk, goed bezig!’, schrijf ik hem terug. Want hij vertelde me een paar weken geleden dat hij in zijn hele leven zo’n tien boeken had gelezen, waarvan een stuk of zeven over Snuf de Hond. Jan is in de zestig. ‘Ik kan me er niet echt toe zetten, heb er de concentratie niet voor’, vertelde hij. ‘Mijn boeken zijn anders Jan. Het staat vol met korte verhalen. Twee of drie pagina’s, die heb je zo gelezen.’
Jan Willems is mede-eigenaar van het autobedrijf Willems Automobielen uit Dronten. Samen met zijn jongere broer Rob runt hij dit bedrijf. Jan als chef verkoop, Rob als chef onderhoud. Al ruim dertig jaar ben ik klant bij deze kerels. In de jaren 90 kochten Lilian en ik van Jan ons eerste autootje. Een zwarte Nissan Micra. ‘Een prima auto Gert, daar ga je geen spijt van krijgen.’ Jan had gelijk. Jarenlang waren we de koning van de weg.
Jan had in die jaren overigens nog geen eigen bedrijf. Hij werkte in Emmeloord bij een autobedrijf, maar tot in de late avonduren sleutelde hij in zijn eigen minigarage in een pand op het industrieterrein in Dronten. In die tijd zag ik Jans gedrevenheid en passie voor zijn vak. In die zin was het voor mij dan ook geen verrassing dat hij later een eigen autobedrijf begon en zijn oorspronkelijk kleine bedrijf liet uitgroeien tot een imposante garage.
In de autobranche gaat het bij mij om vertrouwen. ‘Je kunt me van alles wijsmaken Jan over auto’s, ik weet er maar bar weinig van. Je kan me dus ook besodemieteren waar ik bij sta’, zei ik hem ooit toen ik een derde auto bij hem kocht. ‘Maar Gert daar heb ik toch helemaal geen belang bij! We komen elkaar toch tegen in het dorp, op het voetbalveld enzo. Ben je gek man, ik ben gewoon blij als ik je een goede auto kan verkopen.’
Bij zijn broer Rob is het al niet anders. Ooit speelden we samen in hetzelfde asv Drontenelftal, ik als flegmatieke middenvelder, Rob als resolute verdediger. Hoe vaak ik hem wel niet gebeld of geappt heb met een vraag over een plotseling brandend lampje op het dashboard, of een vraag over olieverbruik, koelsystemen of accu inhoud. Nooit was een vraag te veel, altijd was er een helder antwoord terug.
Maar al die goede antwoorden ten spijt, niets kan tippen aan die ene rampweek halverwege de jaren 90.
Het was op een donderdagavond in april. Die avond gaf ik tot kwart voor tien les op de pabo. Na afloop pakte ik mijn spulletjes en vertrok. Via de Wilhelminabrug nam ik de eerste weg rechts om over de Banddijk naar Terwolde te rijden en daarna verder richting de A50. Het was een donkere avond en het miezerde wat. Het zicht was slecht en ik paste mijn snelheid aan. Maar ondanks dat was daar plots die klap tegen mijn auto. Ik had iets aangereden en de impact was heftig, rook of stoom kwam onder de motorkap vandaan. Ik stapte snel de wagen uit. Daar stond ik dan, moederziel alleen op een pikdonkere dijk met een bruisende auto, wetend dat ik iets had aangereden. Maar wat? Met het lampje van de telefoon aangezet, liep ik meters terug om te kijken wat het was geweest. Een mens? Maar hoe ik ook keek, ik zag niks. Het licht was te zwak.
Een auto kwam aangereden. Ik zwaaide. De bestuurder zag me, maar reed door. Ook een tweede auto reed door. Toen ik een minuut later een derde auto zag, deed ik mijn lichtgekleurde jas uit en begon daarmee hevig te zwaaien. De auto minderde vaart en bleef staan. De bestuurder opende zijn raampje een klein beetje. ‘Je moet me helpen’, sprak ik gehaast. ‘Ik heb iets aangereden maar weet niet wat, misschien was het een mens. Wil je je groot licht aan doen en helpen?’ Dat deed hij. Op de weg was niks te zien maar te ruiken des te meer. ‘Het is een paard’, zei hij, ‘ruik maar.’ De geur van paardenmest dwarrelde mijn neus binnen. Terwijl we beiden verder speurden, zagen we in de verte blauwe zwaailichten. Een politieauto! En toen zag ik ook opeens een vrouw staan. ‘Ik woon in dat huis, ik hoorde de klap, ik heb direct 112 gebeld.’
De felle zaklamp van de agent gaf zekerheid. Een shetlandpony lag beneden aan de dijk, zijn buik volledig open. Hoewel een vreselijk aangezicht, zuchtte ik opgelucht: ‘Gelukkig geen mens’, waarna tranen over mijn wangen rolden.
De volgende dag fietste ik naar garage Willems waar mijn kapotte auto naar toe gebracht was. ‘Dat is een beste klap geweest Gert’, zei Jan. Daarna vertelde hij dat de auto total loss was. Ik knikte en vertelde in Jans kantoor mijn verhaal. Zo hoorde hij ook dat Lilian en ik met zoon Erik en hond Rover juist dat weekend een week naar Ameland zouden gaan. Dat we daar juist behoefte aan hadden vanwege de zorg die we hadden over de gezondheid van Lilians vader. Dat eilandrust en -ruimte wel even welkom was. ‘Geen zorgen Gert, ik heb een Chevrolet voor je staan, neem die voor mogen maar mee.’
Die zaterdag, in de haven van Holwerd, gingen de slagbomen omhoog. Ik mocht de boot oprijden. Maar terwijl ik gas gaf, klonk plotseling luid gesis. Stoom kwam vanonder de motorkap vandaan en de motor viel uit. Snel besloten we dat Lilian met Erik en hond de boot op zouden als voetganger. Ik zou dan later komen als de auto weggetrokken zou zijn.
Ik belde Jan. Hij nam op. Ik vertelde wat er was gebeurd. ‘Allemachtig Gert en jullie hebben al zo’n zware tijd. Ik kom eraan en neem een andere auto voor je mee.’ En voordat ik nog kon vragen over hoe en wat, werd de verbinding verbroken.
Twee uur later, een kwartier voordat de boot zou vertrekken, zag ik hem aankomen met een grote aanhanger met daarop een glimmende Opel Vectra station. Toen hij uitstapte, gaf Jan me een tik op de schouder. ‘Kloten man, maar hier heb je een andere wagen en ga maar snel de boot op, ik red me hier wel.’
Toen we de afgelopen week andermaal een nieuwe auto bij Willems Automobielen kochten, gaf ik Jan mijn boek. Als blijk van dank voor al die jaren, schreef ik voorin. ‘Dat vind ik mooi’, glunderde Jan. ‘Ja, dat zal best, maar weet dat ik over een tijdje totaal onverwacht je zaak even binnenloop voor een overhoring. Want boeken moeten gelezen Jan!’
Wil je meer van me lezen? Kijk dan eens op https://www.gertspeelt.com/. Je kunt daar ook mijn boeken bestellen met daarin vele korte verhalen.





Opmerkingen