De fik gaat erin!
- 5 apr
- 3 minuten om te lezen
‘Rie het laand maor op, dan ku’j je takken zo op de bult gooien.’ Ik steek mijn duim omhoog en rij mijn auto vol met snoeihout uit de tuin van mijn moeder de akker op bij de kruising Torenweg-Walakkers in Eext. Want hier gaat het op de avond van de eerste paasdag gebeuren, de fik gaat erin. Zo geeit dat hier!
Een uurtje later lees ik in het Dagblad van het Noorden de column van Daniël Lohues. Ik lees zijn stukjes graag. Vandaag gaat het over het paasvuur. Meestal schrijft Lohues mild en begripvol. Zo niet deze keer. Lichtelijk geïrriteerd veegt hij de vloer aan met Maarten Keulemans, wetenschapsjournalist van de Volkskrant. In Lohues’ ogen verspreidt deze man desinformatie over de paasvuurtraditie. Er zou, volgens de journalist, helemaal geen sprake zijn van die traditie. Misschien heel vroeger een beetje, maar rond 1900 zou die helemaal verdwenen zijn want mensen trokken naar de steden en verloren hun interesse.
Ik grinnik een beetje terwijl ik dit lees waarna mijn moeder vraagt waarom ik moet lachen. Als ik haar mijn lol om Lohues geschrijf vertel begint ze spontaan te neuriën:
‘He’j nog aole wannen
Die wij met paosen kunt brannen
He’j nog een bossie stro of riet
Want aans dan brandt oes paosvuur niet.’
‘Dat zongen we vroouger as kind. We hadden dan een wupkar en leuipen met die kar laangs de hoezen um brandbaor spul op te haolen veur het paosvuur.’ Als ik aan haar vraag waar dat paasvuur was vertelt mijn moeder dat er in haar jeugd meerdere paasvuren in het dorp waren. ‘Der wur zo van alles ophaolt en niet allèn takken. Ja je kunt wel zeggen dat wij niet echt aan het milieu metdaon hebt in die jaoren.’
Ik denk aan mijn eigen jeugd. Wat had ik elk jaar weer zin in het paasvuur. Samen met vrienden langs de vele boerderijen om te vragen om een kar. Die van boer Jan Sloots van de Anderenseweg mochten we altijd mee. Maar ook die van de vaders van mijn vriendjes Marc en Lourens, beiden ook boer. Eenmaal de kar in het bezit sleepten we het door het dorp en vroegen huis aan huis of er nog snoeihout was voor de paasvuurbult. Menig volle kar trokken we dan richting de bult waarna we aan het eind van de dag de kar weer terugzetten in de boerenschuur.
Natuurlijk stond ik erbij als het vuur op de eerste paasdag werd ontstoken. Al snel had ik een gloeiend gezicht en een koude rug. Huiveringwekkend hoe hoog te vlammen waren. Aan het eind van de avond verlangde ik al naar de volgende dag. Want dan was er nog genoeg smeulend hout over om aardappels te poffen of de bij de winkel van De Weerd gekochte knakworstjes op te warmen.
Kinderen die met boerenkarren door Eext slepen zijn er inmiddels niet meer. Het zou anno 2026 ook nooit meer goedgekeurd worden. En van de vele boerderijen van toen zijn er nog maar een paar over. ‘Andere tijden’, mompelt mijn moeder. Ik knik en denk nog even aan hoe ik mijn auto aan de paasbult parkeerde. ‘Klopt mam, hele andere tijden, maar wat blijft is dat de fik er morgen wel ingaat.’
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en ontvang gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.



Opmerkingen