top of page

Dag meneer

Het is druk in de trein en vrije plaatsen zijn er nauwelijks. Toch vind ik er eentje en ga zitten. Tegenover me zit een meisje van een jaar of 14 diep verscholen in haar mobieltje. Naast haar een jongen van ongeveer dezelfde leeftijd, grote koptelefoon over de oren, het raampje uitstarend. Ik kijk opzij naar het meisje naast me. Dezelfde leeftijd, haar linkerhand strelend door haar lange zwarte haren terwijl de rechterhand snel en behendig het mobieltje bedient.


Dan kijk ik de volle coupé in. Het is muisstil terwijl bijna iedereen verdiept is zijn of haar telefoon. Sommigen druk typend, anderen scrollend en weer anderen het hoofd licht bewegend op muziek die via draadloze oortjes binnenkomt. Tja, in deze trein, vol met middelbare scholieren, knettert het niet echt van levendigheid.


Ik denk aan mijn eigen middelbare schooltijd. De eerste vier jaren op de fiets naar de mavo in Gieten. Nooit alleen, altijd met anderen. Wachtend op elkaar bij het bordje Eext aan de Heiakkers. En als iedereen er was, de tunnel door, rechtsaf het fietspad op richting school. Hoewel we walkmans hadden, met TDK cassettebandjes van 60 minuten met daarop zelf opgenomen hits uit de top 40, had niemand de koptelefoon op. Terwijl we fietsten, praatten we met elkaar. ‘Ik heb niks aan mien hoeswark daon’ en ‘ik hoop dat Klompie nog steeds zeeik is, dan ben we lekker vro vrij’, waren zo de eerste gesprekken, waarna we verder kletsten over van alles en nog wat. En aan het einde van de schooldag zeiden we bij datzelfde bordje Eext ‘tot mörgen’ en fietsten naar huis.


De jaren daarna op de fiets naar de havo en pabo was het al net zo. Eerst wachtend op de Gieter klasgenoten bij de Eexterhalte, daarna met elkaar via Rolde naar school in Assen. We hadden lol, hielpen elkaar bij lekke banden, wisselden van kop bij tegenwind en kwamen nooit te laat. Ik weet nog dat ik ervan baalde als de winter te heftig was en ik met een tijdelijk busabonnement het fietsen even liet voor wat het was. Maar zodra de ergste kou voorbij was, werd er weer gefietst.


‘Weet je, ik heb zulk zacht haar hè, ik weet niet eens hoe dan kan, gek toch?’, hoor ik opeens mijn buurmeisje zeggen. ‘Ja, gek’, zegt het meisje tegenover me. Aha, denk ik, ze kennen elkaar dus. ‘Wees blij dat je nog haar hebt’, antwoord ik en kijk opzij. Zichtbaar geschrokken dat een vreemde oudere man haar zomaar aanspreekt kijkt ze naar mijn wijsvinger die naar de bovenkant van mijn hoofd wijst waarop nog enkele haarsprietjes te zien zijn. Nog steeds niet helemaal wetend wat te zeggen kijkt ze naar het meisje tegenover me en beiden beginnen hardop te lachen. ‘Ja lach maar’, zeg ik, ‘maar ik zit er maar mooi mee.’


Dan zie ik opeens de kunstnagels aan de vingers van mijn overbuurmeisje. ‘Allemachtig’, zucht ik. De nagels van zeker een centimeter of drie, zijn licht naar binnen gebogen en voorzien van allerlei kleurtjes en glitters. ‘Snij of prik jij je nooit aan die dingen?’ ‘Oh ja hoor heel vaak.’ In het gesprek dat volgt ontspannen beide meiden als ze doorkrijgen dat ik toch niet zo eng blijk te zijn. De nagels kunnen wel een maand blijven zitten en soms, heel soms als je met die nagels achter iets blijft haken kan je echte nagel die daar onder zit, in- of afscheuren en dat doet vreselijk pijn. Meer details volgen en Lotte, want zo heet ze, is duidelijk trots op haar mooie nagels.


‘Gaan jullie naar school?’ ‘Ja’, is het antwoord waarna ik hoor dat beiden de MBO opleiding Fashion Design volgen. ‘Is het een leuke opleiding?’ ‘Ja dat wel, zegt mijn buurmeisje, ‘maar ik denk dat ik stop. Er is namelijk helemaal geen werk in te vinden, dus ja waarom zou ik er dan mee doorgaan?’ ‘Vraag je dat aan mij?’, vraag ik haar. Ze moet lachen en schudt haar hoofd. ‘Nee hoor, ik zat alleen maar hardop te denken.’ ‘Heb je wel leuke docenten dan?’ Het antwoord dat beide meiden geven is klip en klaar: ‘Nee, ze zijn heel saai en het is altijd druk in de klas, het is helemaal niet gezellig.’ ‘Wil je daarom misschien stoppen?’, vraag ik. Even is het stil waarna mijn buurmeisje zegt: ’Ik denk het wel.’


Ik kijk het raam uit, zie mijn middelbare schooltijd aan me voorbij zoeven en voel me door de woorden van die meiden wat verdrietig worden. Want hoe anders was het bij mij. Verreweg de meeste van mijn docenten gaven les met passie en plezier en hadden vakkennis. Docenten waaraan ik me spiegelde en waardoor ik al heel snel wist dat ik ook leraar wilde worden.


Ik draai mijn blik weer naar mijn buurmeisje en vraag haar of ze het vak en de modewereld wel leuk vindt. ‘Ja heel leuk’, zegt ze, terwijl ze opstaat omdat we Zwolle binnenrijden. ‘Mooi’, zeg ik. ‘Dan heb ik zomaar een gratis advies voor je. Volhouden, je moet gewoon volhouden. Laat je droom niet door die docenten afpakken. Hoor je me?’ Ze staat stil, kijkt me aan, knikt en zegt dan: ‘Ja, dank u wel, dag meneer’, waarna ze met haar vriendin de trein verlaat.


Als ik een uur later op de pabo mijn eerste les begin vraag ik de studenten of ze het naar hun zin hebben op de opleiding. Ik kijk rond en zie geknik en glimlachen. ‘Ja hoor Gert, begin maar gerust.’

 

Wil je meer van me lezen? Kijk dan eens op https://www.gertspeelt.com/. Je kunt daar ook mijn boeken bestellen met daarin vele korte verhalen.

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page