top of page
Zoeken

Wie goed kijkt ziet meer

Bijgewerkt op: 19 feb. 2023

Opeens was er een vleugje. Heel voorzichtig nog, aarzelend en broos. Maar toch, het was er plotseling wel en daar was ik enorm blij mee. Want na een grijze wintervrije winter mag voor mij de lente beginnen.


‘Wat is het nog licht hè?’, verzuchten Lilian en ik gedurende deze week een aantal keren naar elkaar. Want rond half 6 in de namiddag is het nog steeds niet donker. ‘Ja, fijn hè!’


Ik denk terug aan een telefoontje van twee weken geleden. Ik belde met mijn moeder. ‘Ik heb hum al heurd mam, de eerste merel. En ok al een paor keer een holtdoef. ’s Mörgens, asof e wul zegg’n, het veurjaor komp der an. Maok je maor niet drok, het komt allemaol gooud.’

En omdat alles goed komt hoor ik deze week overdag ook andere vogels. Twinkelerende roodborstjes, tjirpende koolmezen en slaande vinken alom. Het kan nu niet meer anders dan dat het staat te gebeuren, de lente is in aantocht.


Toen ik vroeger in het prille voorjaar na een schooldag in Assen naar huis fietste, keek ik rond deze tijd altijd verwachtingsvol naar de bosrand van het staatsbos tussen Rolde en de Eexterhalte. Is er al groen te ontdekken, lopen de lariksen al een beetje uit? En als ik na vele dagen turen eindelijk een streepje groen meende te zien, was het alsof ik jarig was. Zo blij. Het voorjaar als nieuw begin, alles is weer mogelijk, het oude voorgoed voorbij.


Deze week sta ik op het schoolplein en de kinderen aan wie ik elke woensdag lesgeef staan verwachtingsvol naar me te kijken. Meester gaat iets vertellen, wat zal het zijn? ‘Ik wil jullie iets laten zien. Weet iemand van jullie hoe de hazelaar eruit ziet? Kun je een hazelaar hier op het plein aanwijzen?’ De kinderen kijken om zich heen en turen naar de boswal en schudden daarna hun hoofd. ‘Oké, dat geeft niets, jullie hebben het nog niet geleerd. Ik zal een paar hints geven. Ten eerste is het een struik. En het bijzondere aan die struik is dat deze nu al in bloei staat.’ Opnieuw speurende ogen, maar hoe ze ook kijken, een hazelaar zien ze niet. ‘Ik geef nog een hint. De hazelaar heeft eigenlijk twee soorten bloemen, mannelijke en vrouwelijke. En die vrouwelijke zijn echt vuurrood van kleur. Echt prachtig! Zien jullie de hazelaar nu al?’ Maar helaas ook nu zie ik opnieuw teleurgestelde kinderogen. Ogen ook die een beetje lijken uit te stralen dat ze wel klaar zijn met die meester en zijn moeilijke spelletjes. ‘Kan je het ook aanwijzen meester?’ ‘Ja dat kan, maar dat doe ik niet. Want ik geef nog één hint. Dat je die knalrode bloemen niet ziet is niet zo gek, de bloempjes zijn namelijk heel erg klein. Maar de mannelijke bloemen, wow, die zijn echt groot en vooral lang. Ze zijn een beetje gelig en een soort van uitgerekt. Opnieuw speuren de kinderen over het plein, maar ook ditmaal zonder succes. Behalve dan dat één van de kinderen vooraan opeens de struik, die pal achter mij staat, aan het bekijken is. Ik zie dat ze in gedachten mijn hints checkt en dan haar vinger opsteekt: ‘Ik weet het meester, het is die struik achter jou!’ Alle kinderen kijken nu en zien dat het klopt. Onmiskenbaar staat hier de hazelaar op nog geen meter voor hun eigen neusjes. Zo dichtbij, zo vol met die lange gele bloemen en toch niet gezien. Niks menselijks is deze kinderen vreemd.


Terug in de klas bekijken we de mannelijke bloemen. De vrouwelijke hebben we laten zitten, deels omdat ze zo mooi zijn, maar deels ook omdat hier de hazelnoten straks uitkomen en daar wordt dan weer chocopasta van gemaakt en dus verdienen die bloemen heel veel respect. Onder de microscoop onderzoeken we de stuifmeelkorrels en worden deze nagetekend. Als ik daarna via het digibord wat plaatjes laat zien over hoe wind-, water- en insectenbestuiving bij planten in zijn werk gaat, zijn de kinderen ademloos. ‘Wat bijzonder hè meester?’ Ik knik en geniet van die verwondering. Als we kort daarna opruimen hoor ik één van de kinderen tegen een ander zeggen: ‘Ik vond het een mooi biologielesje’, waarna de ander instemmend knikt.


‘Wie goed kijkt ziet meer’, zei mijn pabo-biologiedocent Wilto ooit. Ik knikte destijds en dacht bij die woorden aan de bosrand van het staatsbos tussen Rolde en de Eexterhalte die al wat groenig was geworden.


Dit weekend breng ik weer een bezoek aan mijn ouders in Eext. En waar ik normaal gesproken altijd tussen Rolde en de Eexterhalte bij Anderen linksaf sla, doe ik dat deze keer niet. Nee, ik wil rechtdoor om, zodra ik onder de N33 ben doorgereden, te kijken naar die ene bosrand. Zou het groen al een beetje te zien zijn? Vast wel, want wie goed kijkt ziet meer.






 

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen? Registreer je dan op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven

Virga Jesse

Wat een week

bottom of page