top of page
Zoeken

Op fietse

Deze week ging ik een stukje fietsen. Dat was fijn. Ik had mijn snelle fietspakje aangetrokken, mijn helmriempjes stevig aangesjord en mijn donkerste zonnebril opgezet. Ik zag er stoer uit. En met genoeg wind in de banden en de drinkbekers vol vers polderwater, begon ik aan mijn tocht.


‘Hé kijk’, roept buurvrouw Mieke als ik de straat uitrijd. Ze staat in haar tuin en is, denk ik, stevig onder de indruk van mijn verschijning. Ik begrijp dat, ik zou het namelijk zelf ook zijn als ik mezelf zou zien rijden. Terwijl ik met mijn ene hand naar haar zwaai, schakelt mijn andere hand een tandje bij waardoor ik wat sneller ga. Ongetwijfeld moet de buurvrouw dat gezien hebben, want ik meen een zucht van bewondering bij haar te horen. En zo rijd ik, met strak gespannen kuitjes verder en richt me op dat wat komen gaat.


Bij de bussluis moet ik mijn snelheid wat minderen. Een auto met uitschuifbare hoogwerker, met in het bakje een man die de straatlampen schoonmaakt, verspert voor driekwart mijn baan. De man kijkt naar beneden. Even laat hij het werk voor wat het is. Waarschijnlijk is hij onder de indruk van mijn mooie schoongepoetste rode Colnagofiets. Ik richt me niet op om hem te groeten. Ik zou dat wel willen, maar het lijkt me nu verstandiger om me te focussen op de bussluis. Want daar, op een paar meter voor me, zie ik twee opstaande ijzeren hekjes en twee diepe sleuven in het beton. Bedoeld om de doorgang van auto’s bij deze weg te belemmeren. Maar ook om wèl ruimte te bieden aan bussen, voetgangers en fietsers. Ik passeer zonder ongelukken de sluis en fiets verder.


Kort daarna rijd ik op het fietspad langs de Biddingringweg richting Biddinghuizen. Ik schakel nog wat bij en zoef over de weg. Het is heerlijk om te fietsen zonder dat de wind me parten speelt. Dat kan vandaag overigens ook, want er is nagenoeg geen wind. En zou die er wel zijn, dan zat ik niet op de fiets. Nee, mij kan niks gebeuren en voor ik er erg in heb ligt Biddinghuizen al achter me en fiets ik langs de Bremerbergweg richting Veluwemeer. Ook dat stuk gaat heerlijk en terwijl ik voortga hoor ik dat roodborstjes, zwartkoppen en koolmeesjes me hartstochtelijk toejuichen.


Vlak voor het Veluwemeer ben ik even in dubio. Zal ik mijn route iets verlengen? Dat ik via de Spijkweg een stuk zuidelijker ga om vervolgens langs de Bremerbergdijk richting Elburg te fietsen? Mijn twijfel duurt echter niet lang. Waarom zou ik dat doen? Waarom langer op de fiets dan eerst bedacht? Ik kan geen goede reden bedenken en dus fiets ik rechtdoor waarna ik even later de Col de Bremerbergdijk beklim. Dat gaat in een rap tempo en ik moet zowaar wat afremmen als ik de top bereikt heb. Ik ben blij dat ik er ben, want ik heb me voorgenomen om bovenop die top even halt te houden en lekker, op het bankje dat daar staat, in het zonnetje te gaan zitten. Een bankje dat me een prachtig uitzicht biedt op het Veluwemeer. Maar als ik opkijk, zie ik een ouder echtpaar breed uitgestrekt op mijn bankje zitten.


Verdorie!


‘Goedemiddag’, zegt de vrouw. Ik knik en fiets door, geen tijd hebbend om haar woordelijk te begroeten. Want mijn brein heeft wel iets anders om mee bezig te zijn. Want waar moet ik nu mijn drie meegenomen sultanaatjes eten?


Terwijl ik me hierover buig, fiets ik natuurlijk wel verder. Het fietspad langs het Veluwemeer is een mooi pad. Soms de dijk op en dan de dijk weer af. Soms een stukje bos, dan weer een stukje langs het water. En daar tussenin tal van mooie plekjes om even te zitten. Terwijl ik de sultanaatjes in mijn wielershirtrugzakje voel prikken, besluit ik om langs het Ellerstrand een plekje te zoeken. Dat idee hebben overigens meerdere mensen want ik zie op de parkeerplaats veel auto’s geparkeerd. Ik rem, wil een paadje naar het strand nemen, maar zie dan enkele mannelijke strandrecreanten in hun blote toedeledokies naar me kijken. En net als bij mijn buurvrouw en de straatlamppoetser, ook nu weer die bewonderende blikken. Hoewel, nu ik wat beter kijk zie ik toch ook een ander soort glans in die mannenogen. Nee, dit is denk ik niet de goede plek voor mijn sultanaatjes, dus draai ik me om en stap weer op de fiets.


Verder gaat het weer, langs campings en stranden, tot ik bij Beachclub Nu kort even halt houd. Zal ik, zoals ik vaker doe tijdens fietstochten, hier even stoppen en me laven aan een kopje koffie met appeltaart? Een verleidelijke gedachte, maar dan realiseer ik me opeens weer dat het maandag is. En door schade en schande wijs geworden, weet ik dat je geen appeltaart moet eten op maandagen. Appeltaartrestanten van het weekend zijn vrijwel altijd slof, klef en breierig. Niet doen Gert, je hebt immers je koekjes nog.


Ik rijd nu een klein stukje op de Elburgerweg richting Dronten, maar sla dan af naar de Stobbenweg. Een mooie weg langs de natuurgebieden van het Greppelveld. Ook mooi om even te rusten, maar krijsende meeuwen doen me realiseren dat mijn heerlijke koekjes hier waarschijnlijk niet veilig zijn. Zal je zien, dat net als ik een hap wil nemen, zo’n vogelgrieperige meeuw met zijn laatste kracht mijn koekje uit mijn handen grist. En hoewel ik het beste met de grieperige vogels voor heb, gun ik ze toch niet mijn versnapering, die ik overigens nu wel echt een keer moet nuttigen gezien een plotseling opkomend knorgeluid uit mijn buik.


Door ga ik, nu op het prachtige fietspad door het Abbertbos, waarbij ik de Buitenkunstcamping, camping De Ruimte en groepscamping de Abbert links laat liggen want mijn koekjes zal je me niet op een camping zien eten terwijl nieuwsgierige campinggasten me van alle kanten zullen aankijken. Dus nog een klein stukje verder.


Dan zie ik opeens in een bocht een mooi groen plekje gras. Bloeiende pinksterbloemen geven de plek extra allure waardoor ik nog enthousiaster word. Maar net op het moment dat ik wil stoppen, zie ik drie prachtige oranjetipjes opvliegen. Mijn favoriete vlinder op een plek waar ik net wilde zitten. Misschien wel het woonplekje van deze schoonheden. Nee, dat moet en wil ik niet verstoren. Dus verder maar weer.


Zo fiets ik nu langs de Zwolse tocht en het treinspoor richting Dronten. Links van me zie ik dat ‘kleine’ windmolens worden ontmanteld om plaats te maken voor windmolenreuzen van meer dan 225 meter hoog. Een stukje verder zie ik een beverburcht, razen een paar treinen voorbij en moet ik mijn ogen, ondanks mijn zonnebril, een beetje verkleinen door de schitterende kleuren van de tulpenvelden.


En dan steek ik maar zo de Biddingringweg weer over en zie al snel de contouren van mijn huis. Buurvrouw Mieke is inmiddels niet meer in haar tuin te vinden. Ik rijd ons paadje op en open het tuinhekje en zie, na 44 kilometer fietsen, een geweldig plekje voor mijn drie koekjes.


Terwijl ik in mijn luie tuinstoel zit en geniet van mijn welverdiende beloning bedenk ik me: het leven was goed voor me vandaag.



 

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen? Registreer je dan op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven

Virga Jesse

Wat een week

Comments


bottom of page