top of page
Zoeken

In een levend schilderij

Met onze neus staan we er bovenop. Dat moet ook wel, want het schilderij Das Jungste Gericht van Lucas Cranach uit het jaar 1524, zit boordevol details. Details waar we om moeten lachen, maar waar we ook van gruwelen. ‘Jemig, moet je dit zien pap’, zegt Jesse met wie ik het afgelopen weekend in Berlijn dit schilderij in de Gemäldegalerie bekijk. Dan kijk ik naar wat hij bedoelt. Het rechterpaneel staat vol met allerlei obscure vreemdsoortige wezentjes die bepaald niet het beste voorhebben met de arme mensen die zich hier bevinden. Het oordeel is namelijk geveld. God, die bovenaan op het middenpaneel te zien is, heeft gesproken. Óf je gaat naar het linkerpaneel, de hemel, óf je moet naar rechts. En die rechterkant, da’s niet best.


Ik vind het prachtig om dit soort schilderijen te bekijken. Jeroen Bosch en Lucas Cranach zijn daarbij mijn favorieten. De schilderijen kennen onheilspellende vooruitzichten als je niet leeft volgens Gods wetten. Wie op de juiste manier leeft wacht na het sterven een hemels paradijs. Wie dat niet doet kan zich opmaken voor een hels bestaan vol eeuwig vuur waarbij de vlammen hoger en heter zijn dan je je kunt voorstellen. Ik kijk nog eens. ‘Aan die rechterkant is het niet best Jesse, zorg er maar voor dat je daar niet komt’, waarna hij me wat meewarig aankijkt.


Een week later kijk ik opzij en zie Jesse met grote ogen en een enorme glimlach zitten. ‘Wow’, zie ik hem zeggen. Ja, ik zie het hem zeggen, maar ik hoor het niet. Wat ik wel hoor is de massieve 103 decibel die de Duitse band Rammstein deze vrijdagavond in het Stadspark in Groningen laat klinken. Ik prijs me gelukkig met mijn oordopjes en geniet volop van wat er gebeurt. En dat is niet niks. De zware dreunen van de basedrum doen de glazen in mijn brilletje trillen, de donkere gitaarklanken resoneren tot in de diepste krochten van mijn lijf en de vlammen die uit de vlammenwerpers, vuurkanonnen en helse vuurtorens komen doet mijn petje haast verschroeien op mijn toch al niet al te vol begroeide bolletje.


Ergens halverwege de show nemen de bandleden een kleine pauze waarna ze opeens op een kleiner podium middenin het publiek tevoorschijn komen. Vervolgens klinken de eerste pianoklanken van het prachtige lied Engel waarbij alle Rammsteinfans uit volle borst Gott weiß, ich will kein Engel sein meezingen. Het meezingen, vergezeld van duizenden brandende telefoonlampjes, bezorgt me kippenvel over mijn hele lijf. Als het kippenvel kort daarna weer weg is en ik verder geniet van de brute show, komt het lied die Sonne! De overdaad aan geluid, vuur, zwarte rook die bij dit nummer over de hoofden van het 55.000 tellende publiek wordt geslingerd is overweldigend. Ik ben onderdeel van die totale gekte en vind het waanzinnig en tegelijk oor- en oogverblindend mooi en lelijk.


Het is dan, tijdens die overdaad aan vuur, geluid en licht, dat mij opeens het rechterpaneel van Das Jungste Gericht te binnen schiet. Ja, dit concert is DE levende Cranach van de 21e eeuw en ik, ik zit er midden in.



 

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen? Registreer je dan op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd. Wil je mijn boek ‘Kunnen we het nog aan?’ met daarin meer dan 100 verhalen? Kijk dan op https://www.gertspeelt.com/boek.

Recente blogposts

Alles weergeven

Virga Jesse

Wat een week

Comments


bottom of page