Zoeken

Het gouden ei van Akeba

‘Meneer, denkt u dat dit verhaal echt gebeurd is?’ Met grote vragende ogen wacht een kereltje van een jaar of zeven mijn antwoord af. En terwijl hij wacht dwalen mijn gedachten af naar wat er zojuist is gebeurd.


Voor het eerst sinds een paar jaar treed ik deze week weer eens op als verhalenverteller op een basisschool. Dit keer op basisschool de Ontdekking in Deventer. De school heeft binnenkort een jaarfeest en het thema is Verhalen. Via mijn website lezen enkele leerkrachten over mij en per mail wordt het contact gelegd. Ik ben blij met de vraag. Ik vind het heerlijk om verhalen te vertellen en al helemaal aan kinderen. Als het verhaal goed verteld wordt, zie je de kinderen in gedachten weg zwijmelen naar het land of de plek waar het verhaal zich afspeelt. Feit en fictie worden één. Het land waar alles mogelijk is bestaat!


Ik ben al vroeg aanwezig deze ochtend. Het is tien over acht als ik de school binnenloop met in mijn handen de materialen die ik nodig heb. Een leerkracht vind ik niet maar ik zie de speelzaal en zie ook dat banken en matten in een halve cirkel klaarliggen waaruit ik opmaak dat Gert de verteller hier moet zijn. Ik bouw mijn decor op en leg tot slot op een kleedje, dat ik lang geleden tijdens een reis in Inda kreeg, mijn attributen neer. Zo komen het brilletje van Johanna uit Johannisholm, het gouden ei van heks Akeba, de wimperkrultang van prinses Isabella, het roze doekje van Stijntje van Elburg, de dromenvanger van Jongen, een vuursteen van Ellert en Brammert, de ring van de Vrouwe van Stavoren en nog veel meer op het kleedje te liggen. Bij elk attribuut hoort een verhaal dat ik kan dromen maar waarvan ik nooit helemaal weet hoe het zal verlopen als ik het verhaal vertel.


Ik vind dat heerlijk. Weten wat je wilt vertellen maar afhankelijk zijn van de reacties van de luisteraars. En zeker als het kinderen zijn, is het allerminst zeker hoe het verloop zal zijn. Dat komt omdat kinderen in sommige verhalen zelf een rol spelen. Juist dat maakt het zo leuk. Als alles klaargelegd is, zoek ik de koffie. Die is snel gevonden, ik stel me voor aan de leerkrachten en zie tot mijn verrassing enkele bekende gezichten. Oud-studenten die hier een werkplek hebben gevonden. Wat fijn om ze te zien en even te spreken.


Als ik om kwart voor negen klaar zit komen de eerste kinderen binnen. Ze gaan zitten en kijken nieuwsgierig naar die vreemde lange man die als een soort van marktkoopman voor zijn stalletje zit. Als ik me voorgesteld heb, vraag ik deze bovenbouwers wat zij vinden dat kenmerken zijn van een goed verhaal. Het moet spannend zijn, er moet iets aan de hand zijn, grappige hoofdpersonen, zijn enkele kenmerken die genoemd worden. Als ik de kenmerken samenvat en op een groot papier schrijf, vraag ik de kinderen om tijdens het verhaal eens te luisteren of deze ingrediënten ook terugkomen. Doel is dat de kinderen na mijn voorstelling zelf verhalen gaan schrijven, met de juiste kenmerken, en die vervolgens aan de kleuters gaan vertellen.


Dan nodig ik één van de kinderen uit om vanaf het Indiase kleedje een voorwerp te kiezen. En zo worden de dromenvanger en het roze doekje door de oudste kinderen gekozen. De vertellingen verlopen fijn en de kinderen luisteren aandachtig. Na afloop herkennen ze de kenmerken en gaan gemotiveerd terug naar hun lokalen om zelf te beginnen met schrijven.


Daarna komen de jongere kinderen. Voor hen geen uitleg over kenmerken, bij hen begin ik direct te vertellen. En dat is magisch. Vanaf de eerste tel hangen ze aan mijn lippen en zie ik in hun grimassen de mijne terug. Bij beide groepen wordt het gouden ei van Akeba gekozen. En als ik vraag of ze het écht wel willen horen omdat er ook een hele gemene lelijke oude heks in voorkomt, deinzen sommigen wat naar achteren terwijl anderen stevig knikken en hardop ‘ja’ zeggen. En dus begin ik, nadat ik met een vette knipoog nog wel even zeg dat ze het zelf wilden als ze straks allemaal huilend van angst bij juf op schoot komen te zitten, op zoek naar troost en veiligheid.


Heks Akeba is bloedstollend eng en geeft een wanhopige Koning Arnoldus een gouden ei waarop zijn vrouw de Koningin twee weken moet broeden om uiteindelijk een kindje te krijgen. En wis en warempel nog aan toe, na twee weken broeden breekt het ei en is prinses Gloriandarina geboren. Een prinses waarmee daarna van alles gebeurt, maar zoals dat in goede sprookjes gaat, loopt het gelukkig goed af! En dat tot grote opluchting van alle kinderen die daarna weer met hun juf vertrekken naar het eigen lokaal. Behalve dus die ene jongen, die nu voor me staat en me met grote ogen de vraag stelt ‘of het echt gebeurd is?’


Ik kijk het kereltje aan. ‘Eh tja, dat is echt een hele goede vraag. Ik weet het niet zeker. Wat denk jij, zou het echt gebeurd zijn?’ Een moment is het stil. Zijn blik valt nog even op het gouden ei waarna hij met het bevrijdende antwoord komt: ‘Ik denk het wel, ik denk het wel’. Ik glimlach en geef hem een aai over z’n bol waarna hij zich omdraait en ook naar zijn klas vertrekt. Wat heerlijk, die wereld van fantasie die echt bestaat als je het maar wilt zien!




 

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens wekelijks gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven