Zoeken

Die ene les van toen

Het zwaait, zwiert, kronkelt, hoekt, buigt, siddert, draait, sleurt, sleept, valt, kruipt, ligt en springt. De veelheid aan vormen en houdingen waarin het menselijk lichaam zich kan vertonen is immens. De snelheid, souplesse en élégance zijn fantastisch. Terwijl ik me vergaap aan het optreden van het Nederlands Dans Theater in theater de Spiegel in Zwolle van afgelopen vrijdag, moet ik opeens terugdenken aan een eigen ervaring op het gebied van moderne dans.


Maar nauwelijks gewend aan mijn lange slungelige lijf, stap ik als 18-jarige dapper pabo De Eekhorst te Assen binnen. Al van jongs af aan weet ik dat ik meester wil worden. Dat het er nu van is gekomen is daarom geen verrassing. Ik heb er ook echt heel veel zin in om meester te worden. Dus met een houding van kom maar op zijn de eerste stappen in het gebouw snel gezet.


Ik voel me er al snel thuis. Opeens zit ik niet meer in een klas met leerlingen die bij elkaar zitten omdat ze naar school moeten. Nee, opeens zijn het klasgenoten die naar school willen en ook meester of juf willen worden en gemotiveerd zijn om daarvoor te werken. Mede daarom voelt die nieuwe klas snel vertrouwd en vind ik het fijn om er te zijn.


Het zijn niet alleen die nieuwe klasgenoten die de studie interessant maken. Het zijn vooral ook de waanzinnige geïnspireerde docenten die bij mij de luikjes open doen. Dramadocent Otto Verveld zaait het vertelzaadje dat al snel ontkiemt waardoor ik in het tweede studiejaar mijn eerste vertelvoorstelling geef, samen met klasgenoot Bob. Nederlands docent Rouke Broersma leert mij helder te schrijven en middels een betoogopdracht die ik wijd aan geweldloosheid, vind ik opeens de woorden voor het schrijven van een bezwaar tegen de militaire dienstplicht. Pedagogiekdocent Frans Vernout leert me reflectief te denken en eerlijk naar mezelf te kijken. Nooit vergeet ik zijn woorden over dat hij mijn reflectieverslagen over mijn stage zo fantastisch vond om te lezen. Omdat hij het voor zich zag en omdat het eerlijk en oprecht geschreven was. Natuurdocent Wilto Groenendaal nam me mee op zijn platbodem waarop we als heuse zeerovers de Waddenzee bevoeren. En als in het klaslokaal zijn fameuze woorden ‘und jetzt kommt das Kaninchen aus dem Hut‘ klonken, was er een natuurfenomeen waaraan Wilto ons blootstelde. Het was in het laatste jaar van de opleiding dat hij zei: ‘Gert als ik met pensioen ga, moet jij me hier opvolgen. Dat kan je en je zal studenten aanspreken.’


En zo kan ik nog wel even doorgaan met het noemen van die fantastische pabodocenten die mij lieten zien dat de wereld groots, mooi en waanzinnig interessant is. Docenten met passie, een wereldvisie en vooral allemaal enorm geïnteresseerd.

Maar één docente, daarmee klikte ik niet zo goed. Dansdocente Hanneke. Haar achternaam weet ik niet meer en dat zegt wellicht ook al iets. Want waar de dansluikjes bij mij in die jaren van ontluikende volwassenheid nog redelijk dicht zaten, werden ze door Hanneke in beton gegoten.


Het is ergens in de tweede maand van mijn allereerste pabojaar dat we Dansante vorming op het rooster hebben. Enigszins onrustig sta ik daar met mijn dappere klasgenoten te wachten op wat staat te gebeuren. Een aantal van hen hebben er zin in. Lilian, Gerdi, Aukje, Marjo, ze stralen allemaal een soort van nieuwsgierigheid uit die ik op dit vlak bij mij duidelijk niet herken. Opeens voel ik me klein, een gesloten plattelandsjongen die op het gebied van persoonlijke expressie nog niet weet wat het leven ook kan bieden.


Docente Hanneke, met strak lijf in dansmaillot op balletschoentjes, kijkt ons aan en denkt er wellicht het hare van als ze mij ziet. Merkt ze iets van mijn onzekerheid? Waarschijnlijk wel, maar dat is voor haar zeker niet het sein om een veiliger pedagogisch klimaat te creëren. Niks van dat al. Want met volle overtuiging vertelt ze over de schoonheid van moderne dans en legt vervolgens uit wat wij gaan doen.


Kort daarna bewegen ruim 20 lijven van jong volwassenen zich door de zaal. Hanneke nodigt ons daarbij uit om alle facetten van de ruimte te vullen. Dus hoog (springen), midden (halfgebukt) en laag (kruipen) mogen we gerust laten zien. En daar ga ik dan. Ik weet bij God niet wat ik doe en waarom ik het doe en wat ik er aan heb, maar ik doe mee, erop hopend dat niemand mij ziet en dat in dat onzichtbare moment de voor mij volstrekt onbekende wereld van de moderne dans zich als een openklappend bloemknopje zal openbaren.


Helaas gebeurt dat niet. Sterker nog, als ik half kronkelend op de vloer opeens het been van klasgenoot Wernie in mijn nek voel, hoor ik hem zeggen: ‘Hé Talens, wat zijn we hier in godsnaam aan het doen?’, gevolgd door zijn karakteristieke uitspraak: ‘Prik mij maar lek’.


Een paar weken later krijgen we het bericht dat dansdocente Hanneke is vertrokken. Het is niet Hanneke geweest die ons lek prikte, maar wij haar waarschijnlijk. Want voor haar is denk ik al snel duidelijk geworden dat zich in die pabolichting van 1985 geen talentvolle moderne dansstudenten bevinden.


En toch…


En toch heeft ook zij zaadjes gezaaid. Want tijdens de voorstelling van die onwaarschijnlijke fantastische dansers van het Nederlands Dans Theater zit ik van begin tot eind gefascineerd te kijken en te genieten. Waarbij ik zo af en toe een glimlach niet kan onderdrukken als ik even weer aan die wonderbaarlijke dansles van toen denk.



 


Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens wekelijks gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven