Zoeken

Geef iedereen een schuurtje!

Een grijze zaterdag, mistig en stil. Een zacht miezerregentje daalt op mij en mijn gereedschap neer. Ik doe een stap achteruit en kijk of de zojuist aan mijn volkstuinschuurtje geschroefde plank goed zit. Als je mij zo ziet staan, ziet dat er denk ik best deskundig uit. Duimstok in de hand, potlood in mijn kontzak, een paar schroeven tussen mijn lippen. Maar dan voel ik opeens weer de pijn in mijn rechterduim. Ik kijk er naar. Het ziet er bloederig uit. Geen wonder ook want de klap met de hamer was best hard. Want ja, hoezeer ik het ook probeer en hoe indrukwekkend het er wellicht van verre ook uitziet, een echte timmerman zal ik nooit worden. Desondanks probeer ik het wel en schreeuw ‘hoera, hoera’ als de klap van de hamer op mijn tere duimpje valt. ‘Dat is wat je moet doen als je op je duim slaat’, aldus de opvallende tip die ik jaren geleden van mijn vader kreeg. Als timmerleerling leerde hij dat ooit eens en was maar wat genegen om mij die kennis door te geven. ‘Want als je hoera, hoera roept, vergeet je de pijn’, aldus mijn vader. Maar hoe hard ik het ook uitschreeuw, de pijn vergeet mij niet.


Tijdens het timmeren denk ik aan de hutten die ik vroeger met vriendjes bouwde in de bossen rondom Eext. De eerste werden gemaakt van takken die we rechtop zetten tegen half omgevallen bomen. Maar al snel veranderden we de manier van bouwen en werden heuse blokhutten getimmerd. Voorzien van raampjes en een deur waren we de koning te rijk en speelden alsof we er permanent zouden wonen. Op een vuurtje werden de meegebrachte aardappelen gepoft en een oud conservenblikje deed dienst als pannetje waarin de snel gekochte knakworstjes werden opgewarmd. We smulden er heerlijk van. En dan, zodra het keizersmaal op was, gauw verder bouwen aan een uitkijkpost, hoog boven de blokhut, vanwaar we het land konden overzien en goed de andere jongens in de gaten hielden die in een nabijgelegen bosje ook aan een hut bouwden. Want ja, hoe vredig het allemaal ook mag klinken, we hielden elkaar scherp in de gaten.


Hoewel mijn waterpas anders vermeldt, vind ik toch dat mijn volkstuinschuurtje er recht bij staat en dus begin ik nu aan het laatste dat moet gebeuren, het plaatsen van de golfplaten op het dak. De platen die schuin aflopen en ervoor moeten zorgen dat het regenwater via een dakgoot afgevoerd wordt in mijn watertank van duizend liter. Water dat we dan het komende groeiseizoen bij droogte kunnen gebruiken zodat we ook dan weer een mooie oogst hebben. Want de opbrengsten van dit jaar waren fantastisch. Aardappels, sla, spinazie, uien, frambozen, bramen, rode bieten, maïs, courgettes, snijbiet, aardbeien, stokbonen, sperziebonen, pompoenen, andijvie, boerenkool, palmkool, spruitjes, broccoli, maggiplant, munt, prei, knoflook en heel veel prachtige snijbloemen.


Het is fijn om deze zaterdag hier zo in alle rust te zijn en te klussen. Het is iets wat ik iedereen gun. Dat je bijvoorbeeld in plaats een stadscentrum kort en klein te slaan, gewoon lekker aan een eigen schuurtje timmert op een eigen stukje volkstuin. Dat je geniet van de rust en stilte en dat de mist vrede en bezinning geeft. Dat het even niet gaat over je mening maar om hoe je nu het beste een golfplaat op je schuurdakje slaat. Dat je….. auw! Hoeraaaaa, hoeraaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa






Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Registreer dan je mailadres op https://www.gertspeelt.com/blog en krijg vervolgens wekelijks gratis een bericht in je mailbox zodra een nieuw verhaal is gepubliceerd.

Recente blogposts

Alles weergeven

Moedertaal